
Sightseeing of rust pakken, Joost Luiten maakt duidelijke keuze
‘Amsterdam’ is voorlopig voor de laatste keer het toneel voor het KLM Open. Collega-spelers vroegen Joost Luiten de afgelopen jaren regelmatig naar tips voor een vrijetijdsbesteding in de hoofdstad. “Natuurlijk zijn er nog veel andere redenen waarom spelers naar een bepaald toernooi komen, maar dat The International bij Amsterdam ligt, hielp wel.”
Met meer een voorliefde voor Rotterdam maakte Luiten weleens het geintje bij zijn internationale collega’s dat ‘er niet zo veel te doen is in 020’, maar in alle eerlijkheid merkte hij wel dat de allure van Amsterdam de afgelopen jaren best wel wat spelers over de streep heeft getrokken.
Joost Luiten op het KLM Open 2025
“Vaak vragen spelers eerst naar de baan waarop wordt gespeeld. Het KLM Open wordt meestal drie jaar achter elkaar op dezelfde baan gespeeld en daar zijn ze wel benieuwd naar, zoals wij Nederlanders de Italianen vragen naar de baan waarop daar het Italiaans Open wordt gespeeld. Soms vinden ze het dan zelf helemaal niks, maar dan ga je toch wel. Het nieuws dat het KLM Open volgend jaar weer op de Kennemer wordt gespeeld, is bij veel spelers goed gevallen. Dat vinden ze een mooie old-school baan.
In het algemeen vinden spelers het leuker wanneer het toernooi op een baan in of heel dicht bij een grote stad wordt gespeeld en dat is geen disrespect richting andere plekken, zoals Vught, waar je natuurlijk met Bernardus een mooie baan hebt. Het spreekt bij die jongens gewoon meer aan. En als ik het op mezelf betrek, geldt dat voor mij ook.
Nog niet zo lang geleden ging ik voor het eerst naar Tokio. Toen zijn Melanie, haar broer, die mee was, en ik een paar dagen eerder gegaan om de stad te bekijken. Ja, toen hebben we zelfs zo’n Mario Kart-tour door de straten van Tokio gedaan. De stad was een geweldige ervaring. Gelukkig zat er in de week daarvoor geen toernooi, dus konden we de tijd nemen en even de toerist uithangen. Zo kun je meer zien en proeven van de golfcultuur daar.
Ik zit nu in Delhi, waar ik ook graag kom. Ik vind het een fascinerende plek. Maar het is niet zo dat ik er heel veel op uit trek tijdens toernooien. Dat deed ik nog wel in mijn eerste jaar op de tour. Dan is alles nieuw en weet je niet of je het jaar erop ook nog op de tour speelt, laat staan nog twintig jaar… Bovendien hoefde je dan vaak niet de pro-am op woensdag te spelen en had je iets meer tijd. Dus probeerde je zo veel mogelijk te zien. Toen ik bijvoorbeeld voor het eerst in China speelde, wilde ik absoluut naar de Chinese muur. Viel me achteraf een beetje tegen. Ik had van een verdedigingsmuur, behalve dat-ie enorm lang is, wel iets groters verwacht. In Delhi heb ik ook al eens zo’n tuktuk gepakt die ons een paar uurtjes door het oude deel reed. Ik heb de man betaald naar wat ik het waard vond en dat bedrag was een stuk hoger dan hij vroeg, haha.
Zuid-Afrika is ook een plek waar het nooit verveelt. Leopard Creek met name. Zo’n safari door een wildreservaat heb ik wel vaker dan één keer gedaan. De laatste keer was ons zoontje Dex er ook bij en dat maakt het wel weer heel bijzonder. De natuur blijft een van de bijzondere dingen. Je weet nooit wat je te wachten staat en ziet.
Je zou denken dat ik na zoveel jaar op de tour iets minder gefocust ben op het golf en meer aandacht heb voor de wereld daarbuiten, maar bij mij werkt het andersom. Ik ben ik al veertig jaar en kies ik er vaker dan in mijn eerste jaren op de tour voor om in het hotel op mijn bed te gaan liggen en rust te pakken, haha.”

